crisispremie
bij ontslag arbeider tussen 1 januari 2010 en 30 juni 2010
Werkgevers met minder dan 10
werknemers die in economische moeilijkheden verkeren, kunnen vanaf 16 februari
2010 bij de Commissie Ondernemingsplannen een vrijstelling vragen voor de
betaling van de crisispremie van 555 euro voor hun ontslagen arbeiders. In dat
geval draagt de RVA de volledige kost.
Welke
ontslagen?
Arbeiders die tussen 1
januari 2010 en 30 juni 2010 ontslagen worden zonder dringende reden en buiten
de proefperiode, hebben recht op een eenmalige crisispremie van 1.666 euro
netto (geen RSZ en belastingen verschuldigd). Bij deeltijdse arbeiders wordt
deze premie bepaald in verhouding tot hun contractuele arbeidsprestaties.
Deze premie is niet verschuldigd wanneer de arbeider zelf ontslag neemt.
Wie betaalt?
De RVA betaalt in
principe 1.111 euro, de werkgever de rest (555 euro). Wanneer het bedrijf eerst
met crisismaatregelen (crisisarbeidsduurvermindering, crisistijdskrediet of
economische werkloosheid voor arbeiders) geprobeerd heeft om ontslagen te
vermijden, dan wordt de premie volledig door de RVA betaald.
Langs de andere kant moet de werkgever
volledig opdraaien voor de kosten als
hij de formaliteiten bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst niet
naleeft. Die beëindiging, met of zonder opzegging, moet namelijk kenbaar
gemaakt worden via een aangetekende brief (uitwerking derde werkdag na
verzending) of bij deurwaardersexploot.
Uitzondering
voor ondernemingen met minder dan 10 werknemers
Ook voor ondernemingen
met minder dan 10 werknemers die in 'economische moeilijkheden' verkeren,
voorzag de wetgever in een uitzondering, zodat deze werkgevers het bedrag van €
555 niet moeten betalen.
De details van deze uitzonderingsmaatregel werden op 16 februari 2010
gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
v BEREKENING GRENS VAN 10 WERKNEMERS
De uitzondering geldt voor ondernemingen die in de periode van het 4de
kwartaal 2008 tot en met het 3de kwartaal 2009 gemiddeld minder dan
10 werknemers hebben tewerkgesteld.
De berekening van het gemiddeld aantal werknemers gebeurt als volgt:
1/ Optellen alle werknemers (inclusief de leerlingen) die op het einde van elk
kwartaal aan de RSZ werden aangegeven
2/ Dit resultaat wordt gedeeld door het aantal kwartalen waarvoor een DMFA –
aangifte werd gedaan
De referteperiode voor de berekening is
het vierde kwartaal van het voorlaatste jaar tot en met het derde kwartaal van
het vorige jaar.
Voor meer informatie ivm deze berekeningswijze neemt u best contact op met uw
Sociaal Bureau.
v BEGRIP ‘ECONOMISCHE MOEILIJKHEDEN’
Een onderneming die beschouwd wil worden als ‘onderneming in economische
moeilijkheden’, moet één van de 7 volgende aspecten kunnen aantonen:
1/ Over een goedgekeurd ondernemingsplan in het kader van de tijdelijke
crisismaatregelen (crisistijdskrediet, crisisarbeidsduurvermindering of crisis economische
werkloosheid voor bedienden) beschikken;
2/ Een CAO hebben in het kader van de tijdelijke crisismaatregelen, waarbij de
werkgever in 2010 gebruik gemaakt heeft van één van die maatregelen;
3/ Een substantiële daling van minstens 15% van de omzet, de productie of de
bestellingen kunnen aantonen, tijdens het kwartaal voor de aanvraag in
vergelijking met datzelfde kwartaal in 2008
4/Minstens 10% economische werkloosheid voor arbeiders hebben gebruikt in het kwartaal voor de aanvraag
5/Een verlies uit de gewone bedrijfsuitoefening in de twee boekjaren voor de
aanvraag, mits voldaan aan enkele voorwaarden
6/ De zaakvoerder, werkend vennoot of bestuurder kreeg een uitkering op basis
van de tijdelijke uitgebreide faillissementsverzekering voor zelfstandigen
7/ De onderneming is failliet
v PROCEDURE
De werkgever moet zelf de vrijstelling
aanvragen. Er is dus geen automatische vrijstelling voor ondernemingen die
voldoen aan de voorwaarden.
De vrijstelling wordt verleend door de Commissie Ondernemingsplannen.
Ondernemingen die een vrijstelling wensen te bekomen, moeten een schriftelijke
aanvraag indienen bij de directeur – generaal van de Algemene Directie
Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de FOD WASO. De aanvraag moet aangetekend
verzonden worden (tav. Mr. Guy Cox, Ernest Blerotstraat 1, 1070 Brussel) of kan
elektronisch ingediend worden (coa@werk.belgië.be)
De werkgever voegt bij de aanvraag een
verklaring op eer dat zijn onderneming in economische moeilijkheden verkeert.
Op vraag van de Commissie Ondernemingsplannen moet de onderneming uiteraard de
nodige documenten kunnen voorleggen.
v BEWIJS
In de gevallen waarin de onderneming zich beroept op het bestaan van een
ondernemingsplan of een CAO, dan blijkt voldoende informatie uit het
neerleggingsnummer van het plan of het registratienummer van de CAO. Ook de
documenten die bij de invoering van de crisismaatregelen naar de RVA werden
gezonden, wijzen op economische moeilijkheden.
Ondernemingen die zich beroepen op een substantiële daling van de omzet, de
productie of de bestellingen, moeten het bewijs leveren aan de hand van de BTW
– aangiftes of andere bewijskrachtige stukken (zoals boekhoudkundige
documenten).
Voor wie economische werkloosheid voor werklieden inroept, volstaat een
verklaring op eer.
Wie zich beroept op de uitkering van de zaakvoerder, bestuurder of werkend
vennoot, moet volgende twee zaken bewijzen:
- dat die persoon effectief zaakvoerder,
bestuurder of werkend vennoot van de onderneming is, EN
- dat die persoon de uitkering heeft
gekregen op basis van de tijdelijk uitgebreide faillissementsverzekering voor
zelfstandigen.
v VERDERE AFHANDELING VAN DE AANVRAAG TOT
VRIJSTELLING
De directeur - generaal van de Algemene
Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen vande FOD WASO bezorgt de
schriftelijke aanvraag aan de bevoegde commissie, die binnen de twee weken na
ontvangst een gemotiveerde beslissing neemt op basis van de criteria ‘minder
dan 10 werknemers’ en ‘economische moeilijkheden’.
Zowel de betrokken onderneming als de RVA worden op de hoogte gebracht van de
genomen beslissing.